Ingrediënten op kamertemperatuur: Zorg ervoor dat de melk, boter en het ei op kamertemperatuur zijn.
Bloem zeven: Zeef de bloem in een ruime mengschaal om klontertjes te voorkomen.
Gist activeren: Brokkel de verse gist in een maatbeker en voeg de melk toe. Roer goed door met een garde tot de gist volledig is opgelost.
Boter smelten: Smelt de boter op laag vuur in een pannetje.
Meng de ingrediënten: Voeg het gistmengsel en de gesmolten boter toe aan de bloem. Meng met een garde tot een glad beslag.
2. Eiwit verwerken:
Ei scheiden: Splits het ei in eiwit en dooier. Voeg de dooier toe aan het beslag en meng goed door.
Eiwit kloppen: Klop het eiwit in een ontvette kom (gebruik een beetje citroensap of azijn om de kom te ontvetten) tot stevig schuim.
Eiwit vouwen: Spatel het eiwit voorzichtig door het beslag. Zorg ervoor dat het beslag luchtig blijft.
3. Frituren:
Consistentie controleren: Controleer het beslag. Als het te dik is, voeg een scheutje melk toe. Breng op smaak met een snuf zout en eventueel een lepeltje suiker voor een zoetere variant.
Verhit de olie: Verwarm de friteuse of olie in een pan tot 180-190°C.
Oliebollen vormen: Vul een ijsschepper met beslag en laat de bollen voorzichtig in de hete olie glijden. Bak niet te veel bollen tegelijk om plakken te voorkomen.
Bakken: Bak de oliebollen goudbruin in 3-4 minuten per kant. Draai ze eventueel om tijdens het bakken.
4. Serveren:
Uitlekken: Haal de oliebollen uit de olie met een schuimspaan en laat ze uitlekken op keukenpapier.
Bestrooien: Strooi royaal bloemsuiker over de warme bollen vlak voor het serveren.